Menu

Over rebo en revò

Autochtone druivenrassen uit Trentino

Written byRobartus

10/03/2020

De belangstelling voor onbekendere druivenrassen is de laatste jaren sterk toegenomen. Hoewel je enerzijds ziet dat landen zoals Oostenrijk langzaam hun focus van ras naar terroir verleggen, is er wereldwijd tegelijk meer aandacht voor spannende “vergeten” druiven. Italië is een van de landen waar de liefhebber zijn hart kan ophalen aan een schier eindeloos aantal autochtone druivenrassen. De meeste schattingen liggen boven de 350. Op de Mostra vini del Trentino in het Noord-Italiaanse Trento proefde ik er vijf. In Nederland zie je wijn van deze vijf druiven maar zelden op de plank staan. En hoewel wereldberoemd in Trentino zelf, is ook daar slechts een magere 15 procent van het areaal met deze rassen beplant.

Geen allemansvriend
Valerio Rizzi laat mij zijn stevige, vierkante handen zien. Gewassen, maar toch nog vuil, vol met grote en kleine kloven. Hij wil maar zeggen, ik doe alles zelf: in de wijngaard, in de kelder, maar ook in de appelboomgaard en bij de bijen. Ik ontmoet hem op de Mostra del vini (wijntentoonstelling), waar hij me vertelt over zijn bedrijf, dat ouderwets gemengd is. Slechts 0,6 hectare is met wijnstokken beplant: pinot nero, müller-thurgau en zijn specialiteit de blauwe groppello di revò. De laatste is een autochtoon druivenras uit de Val di Non, in het noordwesten van de provincie Trentino, waar Rizzi gevestigd is. De groppello di revò, een “afstammeling” van de Zwitserse rèzedruif, was door de enorme groei van de appelteelt bijna verloren gegaan, maar, zegt Rizzi, er zijn inmiddels vier wijnboeren die hem weer verbouwen.

Rizzi oogst het gros van zijn druiven in september/oktober; 10 procent blijft tot november hangen. De vroeg- en laat-geoogste druiven worden apart vergist na een inweekperiode van zeventien dagen. In het voorjaar worden de twee wijnen geblend en rijpen ze verder in een roestvrijstalen tank. De laat-geoogste, licht ingedroogde druiven met een iets hoger suikergehalte geven de boerse, enigszins hoekige wijn een beetje rondheid ter compensatie van de hoge zuurgraad van de groppello di revò. De wijn uit 2016 die Rizzi mij op de mostra aanbiedt, kenmerkt zich niet alleen door fruitige kersen, maar ook door kruidigheid en een vleugje tabak. Geen allemansvriend, wel een wijn met een hoge mate van typiciteit.

Teroldego
Rondom de belangrijkste blauwe druif van Trentino, teroldego, werd in 1971 een eigen DOC gevormd in de Campo Rotaliano, het door gletsjers afgevlakte gebied tussen de rivieren Adige en Noce. De goed afwaterende en mineraalrijke alluviale dalbodems van gravel en kiezelstenen zijn uitermate geschikt voor de teroldegodruif, waarvan onder andere Cantina Rotaliana di Mezzolombardo verschillende wijnen maakt. Deze middelgrote coöperatie van 160 hectare in het hart van de DOC Teroldego Rotaliano (zie kader) heeft een naam hoog te houden op het gebied van teroldegowijnen, bekend om hun zachte tannines en diepe kleur. “Wij volgen de markt niet, wij zijn eerder traditioneel”, vertelt Massimo Bernardi, de bescheiden en rustig sprekende commercieel directeur. Hij positioneert zich hiermee tegenover Elisabetta Foradori, de vrouw die teroldego weer op de kaart heeft gezet en in de natuurwijnwereld een bijna mythische status heeft. Cantina Rotaliana’s Riserva 2015, een goed en vrij warm jaar, komt van dertig tot veertig jaar oude wijnstokken, heeft een lichte, aangename geur van bosgrond, een relatief complex smaakpalet door twee jaar rijping in gebruikte barriques van Frans eiken, en, inderdaad, zachte tannines. Voor haar topteroldego, Clesuræ, oogst de Cantina druiven van nog oudere wijnstokken, waarvan de opbrengst door groen oogsten met 30 procent beperkt wordt en zet ze nieuwe eikenhouten vaten in. De resulterende wijn had een “brilliant coolness”, zoals een van mijn medeproevers het verwoordde.

Nosiola
De andere autochtone grootheid uit Trentino is de witte nosioladruif, die zijn naam mogelijk dankt aan zijn aroma’s van hazelnoot ¬– nocciola in het Italiaans. Op zo’n 200 hectare, merendeels in de Valle dei Laghi, worden binnen de Trentino DOC (zie kader) van uitsluitend dit druivenras frisse, delicate witte wijnen met een kenmerkend bittertje gemaakt. In de subzone Sorni is de nosiola vaak de belangrijkste partner in een witte blend. Een uitblinker was de Corylus 2017 van Cantine Monfort. De druiven van ruim vijftig jaar oude stokken worden laat geplukt, waardoor de Corylus iets meer concentratie en body heeft dan de meeste instap-Nosiola’s. Acht maanden in gebruikte eiken vaten geven de wijn de nodige complexiteit, terwijl de malolactische omzetting wat rondheid levert.

Ora en peler
De frisheid van de Nosiolawijnen is trouwens niet alleen aan de druif te danken. Het klimaat en de geografie dragen daar ook aan bij. Terwijl er vanuit het zuiden ’s middags vrijwel steevast een zwoele bries van het Gardameer opsteekt, de ora genaamd, waait er vanuit de Brenta, een deel van de Dolomieten, een frisse bergwind, de peler. Vooral in de Valle dei Laghi is de aanwezigheid van de warme wind goed te merken. De bergen zorgen, naast bescherming tegen de noordse kou, voor grote schommelingen tussen dag- en nachttemperatuur, waardoor de druiven hun aroma’s en zuren behouden. De blauwe druivenrassen, zoals de teroldego, zie je meestal op de warmere dalbodem, terwijl de witte druivenrassen soms wel tot op 800 meter hoogte groeien. Die hoogte kan, afhankelijk van de luchtvochtigheid, zomaar een graad of vijf schelen, wat de druiven extra frisheid geeft.

Marzemino

Schenk in die wijn!
Hoewel de marzeminodruif met ruim 2,5 procent slechts de op twee na meest aangeplante blauwe druif in Trentino is, was hij van de blauwe rassen op de tentoonstelling het best vertegenwoordigd. Misschien raakte ik daardoor van de marzemino, een “kind” van de teroldego, het meest onder de indruk. Vanwege de goede bezonning en de combinatie van mergel- en basaltbodems komt de druif vooral in de subzone Ziresi van de Trentino DOC goed tot zijn recht. Opvallend voluptueus was de Marzemino dei Ziresi 2017 van de coöperatie Vivallis. De Ziresi – lokaal dialect voor ciliegi, kersenbomen in het Nederlands – was vol en zijdezacht, met begrijpelijkerwijs zeer veel kersenaroma en een sprankelende frisheid. De meeste andere Marzemino’s waren slanker, hadden aanwezige zuren en misten de fluweligheid van de Ziresi, duidelijk een expressie van een andere subzone, de Isera. In deze categorie staken met name de exemplaren van Cantina d’Isera, een specialist die al sinds 1978 Marzemino’s op de markt brengt, er bovenuit. Om met Don Giovanni uit Mozarts gelijknamige opera te spreken: “Schenk in die wijn, die excellente Marzemino!”, hoewel het hier waarschijnlijk om een Marzemino uit de Veneto ging.

Rebo
Wijn en druiven inspireren niet alleen beroemde componisten. De viticulturele wetenschap draagt op een andere manier haar steentje bij. In Trentino heeft geneticus en agronoom Rebo Rigotti zich succesvol beziggehouden met het kruisen van druivenrassen. De naar hem vernoemde rebo, een kruising van teroldego en merlot, is het resultaat van zijn arbeid. De jonge, spraakzame Giovanni Brumat van Cantina Toblina was de enige die een wijn van dit druivenras naar de mostra had meegebracht. Bij Cantina Toblina fermenteert en rijpt de wijnmaker de rebo gedurende drie jaar in reusachtige, taps toelopende vaten van 83.000 liter, waarin de hoeveelheid zuurstof aan de bovenkant beperkt is. Het resultaat is een fruitige wijn met fluwelige tannines die toch een prettige, licht adstringerende afdronk geven.

Rode handen
Terwijl ik ’s avonds een typisch regionale risotto met aardappel en casolet eet, maak ik de balans op van mijn bezoek aan Trentino. Hoewel Foradori en de natuurwijnbeweging op de mostra afwezig waren, kreeg ik een goed beeld van wat Trentino te bieden heeft. Dat is, naast de autochtone druivenrassen, natuurlijk de puike mousserende wijn, en ook nog heel veel stille wijnen van de bekende internationale rassen zoals chardonnay, pinot grigio en merlot – meestal van een hoog basisniveau. De autochtone druivenrassen zitten weliswaar lichtjes in de lift, maar de commercie dicteert de dominantie van internationale rassen. Naast de vele coöperaties in alle soorten en maten brengen vooral de zelfstandig opererende wijnboeren het gebied tot leven, hoewel zij zeker niet de enige zijn die zich inzetten voor de autochtone druiven. Terwijl ik mijn laatste hap risotto oplepel met mijn van het vele proeven rood geworden handen, denk ik met genoegen terug aan de “vieze” handen van Valerio Rizzi, waarmee hij zo’n bijzondere gropello di revò weet te maken. Het zijn deze wijnen die, ondanks hun kleine volumes, de regio een extra dimensie geven.

Foto’s: Vini del Trentino, Consorzio di Tutela

Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van Perswijn.

Comments

Respond to this post

Write a comment.
Your email address will not be abused or published.
Fields marked with a * are mandatory.

*


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

We use cookies to enable us to optimise this website and give you the best possible experience. Please agree by clicking the 'Accept' button or by using our website.